<< De directe weg naar het helder bewustzijn >>

 

Onderdeel 2 – “Concepten”

Hoofdstuk 02-01: Algemene beschouwing van concepten

 

 

02-01-01) Concepten en hun rol in het ontstaan van negatieve emoties.

02-01-02) De oorsprong van het ontstaan concepten.

02-01-03) Evidente en onevidente concepten.

02-01-04) Evidente concepten: “duidelijk lege” en “actieve”.

02-01-05) Praktijk van tegenstelling en mechanische vervanging.

02-01-06) Contraconcepten. Definitie en vormen. Het “toekomst-concept”.

02-01-07) Noteren van concepten.

02-01-08) Classificatie van concepten qua inhoud.

02-01-09) Sterke en zwakke doelen.

02-01-10) Classificatie van interpretaties. Familie-kwestie. Een “verbinding”- concept.

02-01-11) Keuze van interpretaties. Voorbeelden.

02-01-12) Behandeling van concepten; argumenten en tegenargumenten.

02-01-13) Concepten en de methode van hun toetsing in de praktijk.

02-01-14) Cyclische wisseling van interpretaties.

02-01-15) Abstracte concept van “ik”. Praktijk van het afwezigheidbesef.

 

02-01-01) Wanneer je begint met het verwijderen van negatieve emoties (NE), merk je dat deze het vaakst verschijnen wanneer de gebeurtenissen niet naar jouw wens verlopen. De NE gaat vergezeld met gedachten als “dit is onjuist”, “dit is niet goed”, “het moet anders”… Dit wil zeggen dat jouw idee over hoe het “zou moeten zijn” in tegenspraak is met de werkelijkheid en je ziet duidelijk dat jouw gewoonte om op zulke momenten NE te ervaren in werking wordt gesteld. Door het verbeteren van de manieren gericht op het bestrijden van NE, door het duidelijk(er) maken dat je deze emoties niet meer wilt ervaren maar wilt verwijderen, door het versterken van de vreugdevolle wens om alleen heldere waarnemingen (HW) te beleven en door het genieten van verstandelijke helderheid, merk je dat je interesse voor een kritische benadering van de concepten zichzelf manifesteerd.

De term “concept” wordt in de wetenschap gebruikt voor het aangeven van een relatief eenduidig systeem van hypothesen en interpretaties van experimentele gegevens. In de context van dit boek wordt de term “concept” gebruikt in overeenkomst met de betekenis van dit woord in onze spreektaal – “het mechanisch overgenomen systeem van opvattingen”.

“Mechanisch” betekent blind navolgen; navolgen zonder na te denken onder invloed van NE, (zoals bijv. een gevoel van eigen onvolmaaktheid, onaangenaamheid, een angst voor een negatieve houding, een angst voor isolatie, enz.). Dus navolgen zonder eigen redenering en onderzoek naar de fundering in de vorm van experimentele gegevens. Met andere woorden er wordt ergens iets vastgesteld, waarmee iemand verder leeft alsof deze vaststelling onvoorwaardelijk juist is.

“Het systeem van opvattingen” is een vaste gedachtegang die uit gewoonte onder bepaalde omstandigheden ontstaat.

Een voorbeeld: een kind stoot zich aan iets en begint te huilen, er ontstaat nu de volgende (gebruikelijke) gedachtegang: “het kind huilt – het heeft pijn – ik moet het troosten”. Daaropvolgend begin je het kind te troosten. Hieruit kun je concluderen dat er een concept “je moet een huilend kind troosten” bestaat. Maar in de loop van de tijd kun je echter ontdekken dat het aantal tranen en eisen van het kind steeds groter wordt, dat je het steeds vaker moet troosten en dan kun je aan dit concept gaan twijfelen en beginnen te redeneren. Als resultaat van het redeneren, observeren, de daaropvolgende veronderstellingen en de nieuw verkregen ervaringen, kun je de conclusie trekken dat door “het troosten” het kind aangeleerd wordt om zich zielig te voelen. Dan kun je je gedrag gaan veranderen: je kunt het kind bijv. niet troosten, en/of geen aandacht geven elke keer als het een sterke NE ervaart, en zodra er in zijn gehuil een pauze ontstaat, die aandacht juist wel geven en je sympathie tonen. Uiteindelijk zal het kind begrijpen dat hysterisch gejammer en zijn overmatige zelfmedelijden niet werken. Het zal dan gestimuleerd worden om te stoppen met het cultiveren van deze specifieke NE in deze bepaalde situatie. Als gevolg daarvan zal jij dit concept verwijderen en de helderheid van waarneming beleven. Daarna hoef je alleen maar een volmaakte verwijdering (VV) van de NE te bereiken, die af en toe uit gewoonte de kop kan opsteken op het moment dat je kind weer huilend de aandacht probeert te winnen.

 

02-01-02) De oorsprong van het ontstaan van concepten.

Je verkrijgt je concepten uit allerlei soorten bronnen. In dit hoofdstuk worden zij in willekeurige volgorde besproken.

De eerste is de “emotionele” bron voor het overdragen en verkrijgen van concepten.

Een voorbeeld: tijdens het eten zie jij als kind de reactie van je moeder op een spin: haar gezicht vertrekt van walging, ze schreeuwt, pakt de spin en brengt hem naar de wc. Als klein kind dat alles oppikt, pik je ook deze houding ten opzichte van spinnen op en verkrijg je heel makkelijk het volgende concept: “spinnen zijn walgelijk”.

Een tweede bron is de “gezaghebbende”. Wanneer een “hooggeacht”, “oud” of “intelligent” persoon, vol gezag verklaart dat je dit en dat niet mag doen, dan zou je zulke vaststellingen blind kunnen vertrouwen, want zo’n “intelligent” en “hooggeacht” persoon kan geen onzin vertellen.

De derde bron is “imitatie”. Wanneer je terechtkomt bij een bepaalde kring, begin je ook bepaalde heersende concepten uit die kring over te nemen met de bedoeling geaccepteerd en niet afgewezen te worden.

De vierde bron is pijn en daaraan gekoppelde angsten, hierop wil ik extra nadruk leggen. Als een kind is gevallen, zich heeft gestoten en is geschrokken, kan hij op dit moment onder de druk van zijn meelevende oma makkelijk een concept accepteren dat “hardlopen gevaarlijk en slecht is en rustig blijven zitten goed en veilig”.

De vijfde bron is gebaseerd op de fout waarbij een feitenverzameling als volledig en definitief wordt beschouwd. Wanneer je zegt: “Er is geen leven op Mars”, bedoel je in eerste instantie dat deze vaststelling op de feiten gebaseerd is die nu bekend zijn. Maar in de toekomst kan van alles en nog wat worden ontdekt, zelfs de meest onvoorstelbare en onvoorspelbare dingen. Toch, in de loop der tijd, word je er absoluut overtuigd van dat er inderdaad geen leven op Mars bestaat.

De zesde bron is een pure logische fout, het gebrek aan uitgangspunten (of de onjuistheid daarvan), of onwetendheid. Met de zesde bron wordt bedoeld het specifieke lusteloze denkvermogen dat veroorzaakt is door NE.

 De zevende bron baseert zich op de eigendunk. Iets zeggen met een gezaghebbende toon, “met kennis van zaken” betekent stijgen in de achting van je vrouw, vriend of collega, en dan kan je niks anders dan je mening staande houden, hoe absurd die ook zijn kan. Daarbij worden psychologische trucjes opgeroepen, net als psychische druk (“begrijp je dat soms niet?”) en het opzettelijk verwarren van de vraag, met andere woorden: het opzettelijke cultiveren van onduidelijkheid.

De achtste bron houdt alle andere concepten in, die obsessieve mechanische wensen veroorzaken. Als een vader denkt dat zijn dochter “moet” vertellen waar ze gaat overnachten, met wie ze vrijt, enzovoort, dan gaat hij zeker een aanval van zorgwekkendheid en agressie hebben als zij weggaat zonder iets te hebben verteld. Om haar te dwingen te doen zoals hij het graag wil, gaat de vader verschillende angstwekkende dingen verzinnen; hoe griezeliger de onzin zal zijn die hij verzint, des te groter de mogelijkheid is dat deze onzin bij haar zal werken. Zo doet de vader zijn best om nieuwe concepten bij zichzelf te kweken en probeert hij deze concepten aan zijn dochter over te dragen. Zo kan hij haar weer leiden en in een soort gevangenis van concepten houden.

De negende bron – één van de meest voorkomende – is de onoprechtheid in redeneringen. Dit betekent dat je bijvoorbeeld alle argumenten kunt verdringen, of redeneringen niet tot het einde wilt brengen (wanneer je voorziet dat het resultaat in strijd zal zijn met jouw overtuigingen), of te lui kunt zijn om alle twistpunten in jouw concept zorgvuldig te overwegen. Voor zulke “redeneringen” zijn de volgende uitspraken karakteristiek: “het is duidelijk dat…”, “iedereen weet dat…”, “het werd wetenschappelijk bewezen dat…” (daarbij worden natuurlijk geen concrete referenties aangegeven op de concrete verklaringen van wetenschappers en vergelijkingen met andere standpunten), enzovoort.

 

02-01-03) Mensen denken maar heel zelden. In de meeste gevallen wordt er onder het woord “denken” niet het proces van nadenken, vergelijken, analyseren van argumenten, enz. verstaan, maar eerder het gescherm met concepten…

Concepten kun je in twee grote klassen onderscheiden. De eerste klasse omvat de zogenaamde evidente concepten. Dat wil zeggen: concepten die zelfstandig door iemand worden geformuleerd, die deze zelf actief voortbrengt. Geïnspireerd bijvoorbeeld door een heleboel boeken over het nut van het eten van vis, kun je ook jouw familieleden van dit nut proberen te overtuigen.

Om de onevidente concepten te verduidelijken dien je de volgende situatie voor te stellen, Als je aan iemand vraagt of het mogelijk is om te stoppen met het ervaren van NE, zegt die persoon natuurlijk “nee”, maar dat betekent nog niet dat hij daar inderdaad ooit over na heeft gedacht, dat hij iemands argumenten of bewijzen heeft overwogen of zelfs de moeite heeft gedaan om het te proberen. Daar heeft hij waarschijnlijk nooit bij stilgestaan, en voordat deze vraag aan hem werd gesteld had hij zelfs niet kunnen weten dat hij zo zou antwoorden. Als aan deze persoon werd voorgesteld zijn wereldbeelden duidelijk te beschrijven, zou dit concept nooit op zijn lijst staan. Zulke concepten noem ik onevident.

Hoewel deze concepten onevident zijn, beïnvloeden ze het menselijk gedrag daardoor niet minder sterk dan de evidente. Als je iemand, die het onevidente concept “het is niet mogelijk om te stoppen met het ervaren van NE” tot redenering wekt, zou hij tot verschillende conclusies kunnen komen: “niemand kan daar mee stoppen”, “misschien is het wel mogelijk”, “weet ik niet, ik heb het nog nooit geprobeerd”, “hier moet ik beter over nadenken”, “waarom niet?”, enzovoort. Maar tegelijkertijd blijft die persoon zich toch zo gedragen, alsof hij geheel en onvoorwaardelijk het concept van het “kan-niet-stoppen” aanvaard.

 Als iemand de wet uit onwetendheid overtreedt, zal hij toch de verantwoordelijkheid dragen. Hetzelfde geldt voor mensen die de gevolgen van hun concepten ondergaan, zelfs als ze het bestaan van deze concepten niet vermoeden.

Nog een voorbeeld van een onevidente concept: “ik zal de verlichting voor het einde van mijn leven nooit kunnen bereiken”. In de praktijk is het niet mogelijk om dit concept te weerleggen. Het is tevens onwaarschijnlijk dat dit concept een opmerkelijke onrust zal veroorzaken: want zij opereert ten eerste, met iets wat heel ver is (= het eind van het leven) en ten tweede, met iets wat allerhoogst vaag en onbepaald is (= de verlichting.) Er zal geen opmerkelijke innerlijke dialoog ontstaan door dit concept, want een harde innerlijk dialoog draait om iets wat meer wezenlijk is. Als iemand dit idee uit, zou je het er niet mee eens kunnen zijn (dat hangt van je stemming af) of geen mening kunnen hebben, maar toch zal het concept bestaan en de gedrevenheid om heldere waarnemingen (HW) te ervaren onderdrukken. Het besef van het bestaan van dit concept kan spontaan opkomen, bijvoorbeeld als het resultaat van inspanningen om NE te verwijderen, tijdens het opwekken van een heldere waarneming, tijdens je poging om controle te krijgen over een chaotische innerlijke dialoog, of door een gesprek met een beoefenaar van het directe pad, enz. Pas na deze realisatie kun je de hele last van dit concept voelen, en dan pas kun je inspanningen beginnen te doen om jezelf van deze last te bevrijden.

Een evident concept is direct bruikbaar voor onderzoek want hij is overduidelijk een concept, terwijl een onevident concept eerst ontdekt moet worden, wat helemaal niet makkelijk is. Na het ontdekken moet aan dit type concept duidelijk vorm gegeven worden om deze bruikbaar te maken voor analyse.

Om een onevident concept aan het licht te brengen, stel ik voor om schriftelijke vastlegging en analyse van de innerlijk dialoog te gebruiken op het moment waarop NE, negatieve achtergrond (NA) of negatieve lichamelijke staat (NLS) ontstaat. Een concept, evident of niet, is een deel van de innerlijk dialoog (ID). Dat wil zeggen: een snelle reeks van aaneengeschakelde gedachten. Een innerlijk dialoog bestaat uit verschillende lagen (in de volgende hoofdstukken wordt dit in meer detail besproken). Een luide innerlijke dialoog (LID) bestaat uit hele in jezelf uitgesproken woorden. Zo’n gedachte in de LID kan een deel van een seconde of langer duren.

Een blinde innerlijk dialoog (BID) bestaat uit flarden van woorden en beelden die tot een dertigste van een seconde of langer kunnen duren. Een gedachte die uit een reeks van zulke flarden ontstaat kan heel kort zijn, bijvoorbeeld een derde van een seconde. Daarom eisen het “grijpen” en vastleggen van dergelijke gedachten een hoge concentratie en een hoge snelheid van het verwijderen van NE. Deze praktijk noem ik “krachtdadig werk met onevidente concepten”.

Een ander manier omvat het zoeken naar resonantiegedachten. Als ik een NE of NLS ervaar ga ik die niet meteen verwijderen, maar blijf ik deze ervaren om ermee te kunnen werken. Dit doe ik door verschillende onderwerpen door te nemen en mezelf af te vragen: “Wat baart mij zorgen? Ben ik vergeten het strijkijzer uit te zetten? Nee. Is mijn kind hongerig? Nee. Zijn er problemen op het werk? Ook niet…” Zo zoek ik naar gedachten die gaan resoneren; in dit geval de gedachten die NE veroorzaken en welke een opleving van de intensiviteit van de NA opwekken. Het vinden van een resonantie betekent dat de richting van de speurtocht naar een onevident concept bepaald is. De volgende stap is om te zoeken naar meer gedachten die een resonantie veroorzaken; dit zal het zoekterrein nog kleiner maken. Hoe duidelijker ik de grenzen van de zoektocht omlijn, des te hoger is de kans dat de verheldering spontaan ontstaat. En hoe vaker ik deze methode uitvoer, des te volmaakter de vaardigheid wordt.

De derde manier van het opsporen van het werkterrein m.b.t. onevidente concepten is het “resonantiemodelleren”. Met behulp van verbeeldingskracht moet je de reële situatie modificeren en dan observeren wat er met de NA gebeurt; wordt deze sterker, zwakker of blijft hij onveranderd. Stel je voor dat je een salarisverhoging hebt gekregen en dan dat je salaris ineens wordt verlaagd. Stel je daarna voor dat je kind beter is gaan studeren en dan weer slechter enzovoort. Elke keer zal je een bepaalde verzwakking of versterking van de NA constateren, maar één van de onderwerpen zal bijzonder sterk blijven resoneren. Dit betekent dat dàt onderwerp de moeite waard is om verder onderzocht te worden.

Vaak leidt de zoektocht tot de ontdekking van een heleboel concepten. Voorbeeld: je krijgt bezoek. Jullie zitten te eten en ineens ontstaat er een gevoel van onrust. Na de flarden van de innerlijke dialoog te hebben onderzocht, begrijp je dat je bang bent dat je kind in de aanwezigheid van de gasten een boer laat. Vandaar komt het eerste concept: “Boeren is ongemanierd”. Daarna ga je verder met analyseren: “Maar waarom ben ik bang? Ik ben toch niet degene die een boer laat? Ik ben bang omdat het mijn kind is.” Zo vind je het tweede concept: “Ik ben verantwoordelijk voor het gedrag van mijn kind” enzovoort. Het wordt duidelijk dat concepten zich in opeenhopingen vertonen en elkaar ondersteunen. Om duidelijkheid te verkrijgen, moet je deze concepten van elkaar scheiden en elke zaak apart doornemen.

 

02-01-04) Laten wij twee typen evidente concepten doornemen. Bij nader inzien blijkt het eerste type concepten duidelijk ongefundeerd te zijn. Deze concepten kunnen wij “duidelijk lege” noemen. Het doornemen van het tweede type concepten leid je niet meteen naar de helderheid. Daarvoor is de analyse van argumenten, contra-argumenten, contra-contra-argumenten, enzovoort nodig. Zulke concepten kunnen wij “actief” noemen.

Jezelf bevrijden van een “duidelijk leeg” concept lijkt eenvoudig te zijn, maar dat is niet zo. Afgezien dat de ongegrondheid van dit concept voor jou een feit is, blijft die bestaan. Kennelijk is daarvoor een reden. Zo’n reden kan voortkomen uit één van de negen bovengenoemde bronnen. Bovendien spelen inertie en gewoonte ook een rol. Het verwijderen van zelfs de meest onbeduidende gewoonte eist vreugdevolle en op elkaar volgende inspanningen, in het bijzonder als deze gewoonte door andere gewoonten wordt ondersteund, zoals het ervaren van NE in een bepaalde situatie. Bijvoorbeeld toen je klein was, vond je jezelf niet mooi. In de loop der tijd begrijp je dat zo’n mening verkeerd is en dat de ene je mooi vindt en de andere niet. Toch blijf je uit gewoonte NE ervaren elke keer dat je met jongens kennis maakt. Het concept heeft zich getransformeerd van een evident naar een onevident concept en bleef een soort ‘trigger’ voor het ontstaan van NE.

 

02-01-05) Om de inertie van het bestaan van ‘duidelijk lege’ concepten (of degenen die door analyse gereduceerd zijn tot deze categorie) te overwinnen, stel ik de methode van tegenstelling voor. Ik formuleer een gedachte dat het gegeven concept tegenspreekt (met andere woorden: ik geef een contraconcept vorm), en daarna voer ik het in de praktijk uit. Dit houdt in dat ik mijzelf een honderd keer per dag afvraag welke ik juist vind: het concept “ik ben niet mooi” of het contraconcept “sommigen vinden mij leuk en anderen niet”? Als resultaat van de uitvoering in de praktijk, ondersteund door de volmaakte verwijdering (VV) van de ontstane NE, wordt het doel bereikt: de invloed van een “duidelijk leeg” evident concept op mijn gedrag wordt geleidelijk aan zwakker.

Een andere methode is de praktijk van mechanische vervanging (MV). Hij is bijzonder effectief tegen de ‘duidelijk lege’ concepten die (door grove psychologische druk) aan je werden opgedrongen. Bijvoorbeeld, je moeder hangt over je hoofd en gilt: “Ga je nog stil zitten???!!!!” of juist andersom: ze kijkt zielig naar je en zegt bijna huilend tegen je: “Waarom maak je mij te schande?”. Je krimpt ineen en “begrijpt”: stil zitten is goed, stout zijn is slecht.

De praktijk van de mechanische vervanging houdt in dat je hardop een contraconcept blijft herhalen, bijvoorbeeld één uur lang, elke dag. Dit leidt tot een opmerkelijke verzwakking van het concept, het werkt als een wig die de voorgaande wig uitdrijft. Deze methode is ook geschikt om het verwijderen van de ’actieve concepten’ af te maken op het moment dat deze concepten (bijna) tot het niveau van de ’duidelijk holle evidente concepten’ gereduceerd zijn.

Een contraconcept voor “je moet andere mensen helpen” is “ik wil alleen die mensen helpen die ik wil helpen, die ik aantrekkelijk vind”. Vaak kun je een contraconcept vormgeven door eenvoudig het toevoegen van het ontkennende “niet”. Bijvoorbeeld, van een “als hij met een andere vrouw naar bed gaat, betekent het dat hij geen tederheid voor mij voelt”, kun je maken: “Als hij met een andere vrouw naar bed gaat, betekent het NIET dat hij geen tederheid voor mij voelt”. Zo’n praktijk kun je met een andere activiteit combineren. Daarvan wordt ze niet echt minder effectief.

Ons hele leven lang herhalen wij honderdduizend keren hetzelfde concept hardop of bij onszelf. Maar het effect van een blinde mechanische actie is veel minder sterk dan het effect van een actie die uit een vreugdevolle wens werd ondernomen. Daarom kunnen zelfs enkele duizenden herhalingen van een contraconcept hun doel bereiken door het ‘duidelijk lege’ evidente concept er mechanisch uit te werken. Een contraconcept vervangt het concept niet en wordt dus ook geen obstakel op zichzelf, want je gebruikt haar niet gedachteloos, maar met een bepaald doel nl.om een zonderling mechanisme eruit te werken.

Je kunt deze praktijk met anderen oefenen. Één voor één ga je hetzelfde contraconcept herhalen. Het is daarbij niet nodig om met aandacht naar elkaar te luisteren.

 

02-01-06) Laten wij de term “contraconcept” bepalen. Een contraconcept is zo’n vaststelling die:

a)  het behandelde concept tegenspreekt;

b) een resonantie met heldere waarnemingen (HW) heeft;

c)  mij op dit moment meer gefundeerd, geloofwaardig lijkt, dan het concept wat ik momenteel bezit.

Contraconcepten van abstracte concepten (zie verder) kunnen eventueel de eigenschap “c)” niet hebben, want zulke concepten zijn qua definitie moeilijk te bewijzen of te ontkrachten. Bijvoorbeeld, ik kan nu hetvolgende contraconcept vaststellen: “Er bestaat geen toekomst, er is alleen het hier-en-nu”. Dat kan ik niet funderen, want het woord “toekomst” is geen concrete samenstelling van waarnemingen. Met andere woorden: ik kan niet zeggen dat het bestaat maar ook niet dat het niet bestaat, omdat het onduidelijk is waarover het gaat. Maar, omdat deze vaststelling leidt tot een golf van anticipatie, uiting van vreugdevolle wensen, bevrijding van de last van verschillende bezorgdheden over de toekomst, ontstaat er de intentie om dit contraconcept verder te cultiveren.

Is het gebruik van contraconcepten niet een vorm van zelfbedrog? Ik zal laten zien dat het niet zo is. Het uitgangsconcept “de toekomst bestaat” is niets anders dan een nietszeggende woordenverzameling, want je hebt gedachten die het woord “toekomst” bevatten, je hebt emoties die bij het woord “toekomst” ontstaan, en je hebt wensen die tegelijk met de gedachten over de toekomst opkomen, maar er is geen zelfstandige waarneming die je “toekomst” noemt.

Iedere waarneming bestaat juist hier-en-nu. Zo heb je keuze: óf je cultiveert de gedachten die uit gewoonte NE opwekken, óf de gedachten die de voorgaande gedachten tegenspreken (met als resultaat dat NE niet ontstaan). Tevens zijn én de eerste én de tweede gedachte abstracte concepten, dat wil zeggen: nietszeggende vaststellingen. Natuurlijk is er een wens om de tweede gedachte te onderhouden, maar pas nadat deze de negatieve invloed van de eerste gedachte tot nul gereduceerd heeft, zal ik gemakkelijk van beide gedachten afzien. Want ik begrijp dan dat het woord “toekomst” aan geen enkele concrete waarneming refereert. Met andere woorden: ik “geloof” niet in het contraconcept, ik gebruik het als een effectief instrument. Wanneer je het paar ‘concept – contraconcept’ creëert, maak je jezelf vrij van het bemoeizieke automatisme. In het geval van de alledaagse concepten kun je ook nog betekenisvolle ervaring krijgen waardoor je meer gemotiveerd één of ander standpunt zal kunnen innemen of zelfs van beiden zal kunnen afzien.

Als ik aan de ene kant van een weegschaal een onbewust verkregen concept heb wat dus mechanisch geaccepteerd is, dan wil ik die eerst met een contraconcept in evenwicht brengen. Daarna ga ik de beide concepten onderzoeken in een toestand van onafhankelijkheid; zonder vooroordelen en NE.

Sommige volzinnen, die wat mij betreft, niks concreets betekenende woorden inhouden, resoneren met heldere waarnemingen (alias er geschiedt een opleving van heldere waarnemingen), daarom laat ik die uit strategische redenen voorlopig in mijn vocabulaire.

Zelfs een lichte windvlaag kan een gigantische boom die onder zijn eigen gewicht gebogen was, laten breken…Een concept kan jarenlang het gezonde verstand en de vreugdevolle wens tegenspreken, maar op het gegeven moment stort ze in. Je kunt dertig jaar met je familieleden wonen en communiceren alleen omdat het “zo moet” en “zo hoort”, in plaats van met de mensen met wie je dat graag wilt. Dertig jaar lang kun je je buren groeten en gesprekken over koetjes en kalfjes onderhouden alleen omdat het “ongemakkelijk voelt om niks te zeggen.” Op een gegeven moment zal de vergiftiging door deze leugens en de eindeloze angst voor de negatieve houding van mensen zo overduidelijk en de crisis zo onvermijdelijk worden, dat het genoeg zal zijn om in het voorbijgaan een contraconcept te horen en dan zal die vulkaan met een helderheid uitbarsten: “Je kunt anders leven!”. De langverwachte lavastromen beginnen aan hun afdaling.

Aan andere concepten zul je nog hard moeten werken voordat zij vanzelf instorten, maar dan werk je niet voor toekomstige illusionaire weldaden. Het resultaat krijg je meteen, zodra je een relatieve toename van helderheid bereikt. Na elke reeks mechanische vervanging, na elke analyse van pro’s en contra’s ontstaat er een toestroom van helderheid. Andere heldere waarnemingen (HW) gaan hiermee resoneren en geleidelijk aan boek je vooruitgang in de realisatie van vreugdevolle wensen, de bevrijding van NE en sufheid en het cultiveren en ontwikkelen van heldere waarnemingen.

 

02-01-07) De helderheid die je bereikt hebt over het bestaan van een concept kan al na een moment verdwijnen zodat dit concept weer kan ontsnappen naar het gebied van de onevidente concepten; je vergeet dan gewoonweg jouw ontdekking. Dit is makkelijk te demonstreren: probeer nu meteen, maar alle concepten te noemen die je in jezelf hebt ontdekt. In het beste geval zal je je slechts een klein deel hiervan herinneren. Dit betekent dat je over al die concepten die je jezelf op dit moment niet meer kunt herinneren, geen controle meer hebt, dat zij buiten de observatie bestaan en misschien nu hun invloed op jou uitoefenen met hun vroegere kracht.

Na helderheid te hebben verkregen, kom je in een voor jou ongewone toestand terecht, een toestand waaraan je nog niet gewend bent. Daarom begin je al snel (soms binnen enkele seconden) terug te zakken naar je gewone toestand waar geen helderheid was. Vaak moet je één en dezelfde ontdekking meerdere malen doen voordat de helderheid stabiel wordt. Daarom stel ik voor een lijst van ’ontdekte’ concepten op te stellen en deze lijst steeds te blijven aanvullen met nieuw ontdekte concepten. Dit maakt niet alleen het analyseren van concepten makkelijker, maar ook het proces van het zoeken door middel van resonantiegedachten, naar het concept dat verantwoordelijk is voor de NA op dit moment; je dient de lijst dan gewoon puntsgewijs door te nemen.

Heldere Waarnemingen ontstaan niet door een proces van mechanische intellectuele activiteit. Als je op deze manier (dus verstandelijk) tot een bepaalde conclusie bent gekomen, zul je daar gewoonweg de volgende keer weer toe komen maar dan zonder iets nieuws te ervaren, terwijl de helderheid van een HW altijd weer als iets nieuws ervaren wordt, zelfs als het in een voor jou bekende zin wordt omschreven.

Gewone mensen bereiken nooit de helderheid, ze vervangen slechts het ene concept door het andere: eerst geloven ze in het ene ding en dan weer in het andere. Iemand vinden die logische conclusies trekt en tevens de helderheid bereikt, is net zo moeilijk als iemand vinden met ervaring in het verwijderen van NE in plaats van ervaring in het onderdrukken van NE.

 

02-01-08) Laten wij nu de concepten gaan sorteren op inhoud. Verschillende typen concepten hebben verschillende kracht, stabiliteit, mate en kwaliteit van integratie in het algemene conceptuele aggregaat. Het is vaak verstandig om verschillende benaderingen bij verschillende typen toe te passen. Daarom is de taak van de precieze onderscheiding van concepten, onder andere op de inhoudelijke grond, zo interessant en effectief.

De twee grote klassen zijn de “abstracte” en “gemengde” concepten.

Abstracte concepten zijn die vaststellingen die uit woorden bestaan die niet concrete waarnemingen inhouden. De inhoud van zulke waarnemingen is absoluut onduidelijk. Bijvoorbeeld: “De wereld is eeuwig”. Je hebt geen idee wat “eeuwig” en wat “de wereld” is. Je hebt dus geen concrete waarnemingen die je met deze woorden zou kunnen identificeren. Of een ander concept: “Ik ben een mens”. Het is onduidelijk noch wat “ik” noch wat “een mens” is, maar toch is iedereen ervan overtuigd dat hij een mens is. Andere voorbeelden: er zijn veranderlijke dingen en onveranderlijke dingen, er is een begin en er is een einde, er is een helder moment en er is een duister moment, er zijn levende dingen en er zijn levenloze dingen, er is een bestaan en er is niet-bestaan, er is activiteit en er is passiviteit, er is bewustzijn en er is onderbewustzijn, er is ik en er is jij, er is een geheel en er is een gedeelte, er is een verleden er is een heden en er is een toekomst…

Gemengde concepten zijn de vaststellingen waarin onzinnige woorden, zoals “eeuwigheid”, “fatsoen”, “rechtvaardigheid”, “god”, gemengd zijn met de termen die concrete waarnemingen inhouden, bijvoorbeeld, “schaamte”, “mag niet”, “doe maar”, “je moet”, enzovoort. Voorbeeld: “Rechtvaardigheid eist dat ik zus en zo moet handelen”. Niemand weet wat “de rechtvaardigheid” is, maar iedereen begrijpt wat het “ik moet zus en zo handelen” is. Of: “Slecht zijn is een schande”. Wat “slecht zijn” is, is onbekend maar “schaamte ervaren” is wel bekend. Mensen laten zich gewoon aantasten door een gigantisch aantal gemengde concepten, terwijl gemengde concepten een schadelijke invloed hebben op de capaciteit om heldere waarnemingen (m.i.v.nder andere vreugdevolle wensen) te ervaren, omdat ze jouw leven sterk reglementeren, maar de inhoud van dit reglement is onduidelijk. Stel je een artikel in het Wetboek van Strafrecht voor over “slecht gedrag”of “het niet in acht nemen van de Goddelijke Voorzienigheid”. Wat een chaos zou er ontstaan als de wetgevende macht volgens zulke artikelen zou gaan berechten en de uitvoerende macht de uitspraken van de rechter nauwkeurig zou uitvoeren?! Doch in jouw dagelijkse leven gebeurt precies hetzelfde. De wetgever (een concept) zegt: “Het is een schande om naakt rond te lopen”. De uitvoerder (een mechanische wens) beveelt: “Doe je kleren onmiddellijk aan!”. De bewakers (emoties van schaamte, angst voor beoordeling, enzovoort) houden in de gaten dat jij dit bevel nauwkeurig zal uitvoeren. Het resultaat hiervan: chaos, een opeenhoping van NE, de afwezigheid van vreugdevolle wensen met als consequentie de afwezigheid van veranderingen die jou naar de gewenste staat zouden leiden.

 

Een verdere onderscheiding van concepten hangt van je eigen fantasie af. De gemengde concepten zou je bijvoorbeeld zo kunnen verdelen:

*) dagelijkse concepten

*) de praktijk betreffende concepten

*) sociale concepten

*) fundamentele concepten

*) mechanische voorkeuren

*) bezorgdheden

*) beoordelen

*) mechanische doelen

*) mechanische beoordelingen

*) mechanische interpretaties

 

De dagelijkse concepten zijn de vaststellingen die het leven bij jouw thuis reglementeren. Zoals: “Kleren in de kast moeten schoon zijn”, “je mag niet op de vloer eten”, “je moet vroeg opstaan en niet tot laat in de middag in bed blijven”, “je moet een baan hebben”, “je moet meer geld gaan verdienen”, “je moet respect voor de ouderen hebben”, “je moet zuinig met het geld omgaan”, “je moet zorgzaam met je spullen omgaan”, “je moet een duidelijk levensdoel hebben en daar naartoe streven”, enzovoort. Alle dagelijkse concepten (expliciet of impliciet) baseren zich óf duidelijk óf gemaskeerd op de termen zoals “je moet” of “je mag niet”, “het is niet goed”, enzovoort. Het is onbekend wat “moet”, “moet niet”, “goed” of “niet goed” inhoudt en waarom dìt niet mag maar dàt wel, en toch probeert niemand te begrijpen wat ze betekenen.

Op dezelfde manier als met de dagelijkse concepten kun je concepten zelfs op basis van jouw praktijk opstellen: “je moet NE verwijderen”, “het is slecht om conceptueel te zijn”, enzovoort. De praktijk van de directe weg betekent het leveren van inspanning om VREUGDEVOLLE wensen te realiseren, de wensen die begeleidt worden door enthousiasme, het uitkijken naar iets en andere HW. Deze wensen voldoen aan een aantal eisen en behoren zodoende tot één van de twee volgende klassen:

1) het verwijderen van somberheden, “schaduwenwaarnemingen” (NE, concepten, mechanische – met andere woorden, onvreugdevolle –wensen, onplezierige gevoelens, mechanisch onderscheidende bewustzijn);

2) het ontwikkelen van HW (zie de lijst in hoofdstuk “Strategie van effectieve praktijk”.) In ieder geval raad ik aan om alle vreugdevolle wensen te volgen. Echter, één ding is van belang: als jouw wensen tot geen van de bovengenoemde klassen behoren, dan is dat niet de praktijk van de directe weg. Deze dien je anders te noemen bijvoorbeeld, “inleidende etappen”.

De sociale concepten regelementeren het gedrag van de mens in de maatschappij, zijn relaties met andere mensen en sociale instituten zoals bijv. een afdeling van de burgerlijk stand, een winkel, de politie, met collega’s, enzovoort.

Om effectief te kunnen werken met de concepten is het wel verstandig om de lijst van bijzonder zware conceptuele “ziektes” te onderscheiden en op te stellen. Deze concepten zijn zo diep in de mens geworteld dat zelfs een gewone verwijzing naar hen (laat staan een objectieve beschouwing of verwijdering) een uiterst zware taak oplevert, omdat er onmiddellijk krachtige NE (zowel exploderende als drukuitoefenende) ontstaan. Deze concepten noem ik “fundamenteel”. In verband met het grote aantal aan hen verbonden NE, zou een praktijkbeoefenaar deze concepten zelfs bij zichzelf niet kunnen ontdekken! Daarom is het verstandig om er andere praktijkbeoefenaars bij te betrekken, zodat ze jou een reeks voor hen bekende fundamentele concepten kunnen laten doorlopen waarbij jouw reactie wordt geobserveerd. Iedere tijdsperiode, iedere cultuur heeft eigen typische fundamentele concepten en dat maakt het observeren makkelijker.

Een mechanische voorkeur is een gedachtegang die als volgt kan gaan: “wat zou het goed zijn als het zus of zó was”. Meestal denk je zelfs niet na, waaròm het zó “goed” zou zijn. Je volgt gewoon het schema dat je gewend bent, je analyseert niet wat er de andere keren anders was toen er iets gebeurde wat jij beschouwde als iets ‘goeds’. Niet-mechanische voorkeuren zijn op hun beurt, gebaseerd op de berekening: “Aangezien ik bepaalde omstandigheden en wetmatigheden ken, kan ik veronderstellen dat deze of andere gebeurtenissen hoogstwaarschijnlijk tot het gewenste resultaat zullen leiden.”

Bezordheid - een specifiek geval van een mechanische voorkeur – is een gedachtegang die je als volgt kunt omschrijven: “Wat vreselijk zal het zijn als het zus of zó zal gaan gebeuren”, “stel dat dàt zal gebeuren”, enzovoort. Tevens is er ook een daarmee gepaard gaande NE. In de tussentijd analyseer je niet de veranderingen die plaatsvonden nadat er eerder iets met je was gebeurd waarvoor je bang was geweest. Als je echter een lijst van zulke situaties opstelt kun je makkelijk het volgende opmerken: als resultaat van deze gebeurtenissen veranderde de gang van zaken in je leven vaker zó, dat je achteraf dacht “wat is het toch geweldig dat alles zo uitgekomen is!”.

Een beoordeling is een beschrijving van een bepaalde groep waarnemingen volgens een specifieke graadmeter. Een mechanische beoordeling ontstaat wanneer de door jou gekozen graadmeter óf absurd is (dat wil zeggen: is niet gebaseerd op het analyseren van jouw eigen ervaring dus mechanisch aangenomen), óf niet bestaat. Met andere woorden, vorm je dan de gedachten uit gewoonte of uit een wens om een NE te ondersteunen. Want als zo’n beoordeling ontstaat als resultaat van een vreugdevolle wens en op basis van helder denken, verandert deze beoordeling niet in een soort etiket dat je op de groep waarnemingen plakt. Je mag op elk moment zo’n etiket (beoordeling) verwijderen; dit maakt de samenstelling van interpretaties soepeler en geeft je de vrijheid voor een overwinning op het mechanisch onderscheidend bewustzijn.

Een mechanisch doel is meer een gedachtegang in de richting van “ik moet dit en dat bereiken”, “je moet”. Daarbij analyseer je niet de veranderingen die plaatsvonden nadat je eerdere mechanische doelen bereikt waren. Als je deze toch gaat analyseren dan kun je makkelijk ontdekken dat je veel te vaak achteraf teleurstelling hebt ervaren, dat je wat anders kreeg dan je wilde. De gedachtegang van niet-mechanische doelen kun je omschrijven als “ik wil een vreugdevolle wens realiseren”. Haal gedachten en wensen niet door elkaar! Er is wens om te gaan wandelen en er is een gedachte “ik wil wandelen”. Tijdens het waarmaken van een vreugdevolle wens (dat wil zeggen: het bereiken van een niet-mechanisch doel) houd ik de aanwezigheid in de gaten van resonantie tussen die bepaalde vreugdevolle wens en de wensen die je kunt beschouwen als “middelen voor het realiseren van je wens”.

Tot dezelfde klasse van doelen behoren ook de gedachten die wij “tussendoelen” noemen. Deze doelen komen overeen met de wensen die we als “middelen om je wens te realiseren” beschouwen. Als je bijvoorbeeld een wens hebt om een spiegelei te maken, dan is er een gedachte (doel) “Ik wil een spiegelei maken” en een tussen(doel)gedachte “ [Onder bepaalde omstandigheden (zoals plaats, een vreugdevolle wens, de aanwezigheid van een fornuis, enz.) en volgens de voor mij bekende gang van zaken], moet ik het fornuis aanzetten.

De verwarring ontstaat door het gebruik van het woord “doel” dat in onze taal zowel gedachte als wens betekent. Na deze begripsverwarring te hebben verwijderd, kun je de helderheid makkelijker bereiken.

Een mechanische beoordeling is een gedachtegang zoals “hij had dat niet moeten doen”, “een goed mens”. Voor de niet-mechanische beoordelingen zijn de volgende gedachten karakteristiek: “op basis van bepaalde uitingen van zijn kant heb ik redenen te veronderstellen dat hij iets zus of zo heeft ervaren”, “omdat hij zich zo manifesteert, beschouw ik zijn gedrag als zus en zo”.

Mechanische interpretaties zijn gebaseerd op een toevallige analyse, op een mechanische gewoonte, of zijn bepaald door NE, maar deze interpretaties zijn nooit gefundeerd op redenering. Bijvoorbeeld: jij komt binnen en begint te schreeuwen. Ik op mijn beurt voel me beledigd en ga een interpretatie zoeken die deze belediging ondersteunt: “hij is gewoon een klootzak”. Maar als ik een helderdenkend persoon ben, begrijp ik dat er een hele reeks interpretaties mogelijk is: jij maakt bijvoorbeeld een experiment, of het is gewoon een grap, of jij schreeuwt helemaal niet tegen mij, enzovoort. Afhankelijk van de omstandigheden en van de voor mij bekende gang van zaken, kan ik uiteindelijk bepalen welke veronderstelling meer gegrond is. Daarna kan ik je een aantal vragen stellen, naar jouw gedrag kijken en de gemaakte interpretatie corrigeren als er daarvoor redenen ontstaan.

 

02-01-09) Sterke en zwakke doelen

Laten wij eerst het begrip een ‘sterk doel’ naar voren brengen; over het algemeen verwacht je na het bereiken van zo’n doel dat je gelukkiger bent dan je van tevoren was. Enkele voorbeelden van ‘sterke doelen’ zijn: afstuderen aan de universiteit, gaan trouwen, carrière maken, Japans leren, spieren kweken, enz. Wanneer je een sterk doel niet bereikt, voel je vaak medelijden met jezelf en gaan je gedachten in de trant van “ Het zou zo fijn geweest zijn, als het me wel gelukt was” of “Ik had me zo mooi voorgesteld”. Doch, het bereiken van een sterk doel heeft nog nooit iemand gelukkig gemaakt – dit is makkelijk te bewijzen, kijk maar eens goed naar degenen die zo’n sterk doel bereikt hebben, of kijk naar jezelf. Zodra je een sterk doel bereikt hebt en dit heeft je niet gelukkiger gemaakt dan ga je meteen weer krampachtig nieuwe doelen stellen. En wanneer ook het bereiken van deze doelen je niet gelukkiger maakt dan bedenk je hiervoor één of andere verklaring of excuus, en daarna bedenk je weer andere doelen en ga zo maar door totdat je voorraad vreugdevolle wensen compleet uitgeput raakt en jij samen met hen door achterlijkheid en seniliteit sterft.

Over het algemeen genomen stellen mensen zichzelf sterke doelen onder de invloed van ‘kuddegedrag’, concepten, NE, bezitsdrang, eigendunk, om indruk te willen maken, om voldoening te willen voelen, het nooit willen analyseren van de ervaring van degenen die zo’n doel reeds bereikt hebben/ dus nooit na willen denken over hoè dat sterke doel hen dan gelukkiger zou gaan maken. Kortom, tijdens het proberen te bereiken van een sterk doel beleeft men elke bekende negatieve emotie. Wanneer je gedreven wordt door eigendunk en een wens om indruk te maken bij het stellen van je doelen zou je: met enthousiasme buitenlandse talen gaan studeren, verschillende soorten boeken gaan lezen, kennis vergaren over verschillende onderwerpen, leren om voor te dragen, leren om dingen uiteen te zetten, leren om te fascineren, een persoon met kennis uit encyclopedieën worden, anderen les gaan geven, anderen verrukken met jouw kennis en vaardigheden, boeken gaan schrijven en…onvermijdelijk een enorme hoeveelheid NE ervaren en ben je aan het einde van je leven, seniel en gebroken met een hoofd vol met nummers, feiten en hypothesen, en met een hart en hersens verandert in niets meer dan een spier, precies volgens de wetten van de anatomie.

Een persoon gedreven door vreugdevolle wensen stelt zichzelf ook doelen, maar hij ervaart juist vreugde en plezier op het moment dat hij een doel bereikt. Dat is de eigenschap van vreugdevolle wensen. Bovendien, noch succes noch mislukking bij het bereiken van een zo’n doel verandert iets aan de door die persoon ervaren vreugde en plezier.

Een ‘zwak doel’ noem ik dat soort doelen welke mensen stellen om zichzelf versteld te doen staan, om hun verveling en onveranderlijkheid te onderdrukken; het zijn de lichtpuntjes in de duisternis die de illusie creëren dat men ergens naartoe gaat. Desondanks dat er helemaal niets in het vooruitzicht te zien is, heeft iemand genoeg openheid om dit toe te geven?? Zij gooien slechts een brandend kaarsje in de onbekende duisternis voor hen, slepen zich naar dat ene lichtpuntje toe en ervaren, terwijl zij zich voortbewegen, verdovende en afstompende opluchting afgewisseld met aanvallen van droefenis over de futiliteit van hun leven. Soms verkrijgen zij een minuutje van geestenloze opluchting bij het bereiken van een doel, maar daarna zwoegen zij verder en verder en blijven ze rondtasten in de verstikkende duisternis. Een voorbeeld, je ziet in de tv-gids dat er een voetbalwedstrijd op tv komt en op dat moment weet je wat je vanavond gaat doen; je gaat die wedstrijd kijken en je voelt je opgelucht omdat je nu voor vanavond iets te doen hebt. Na de wedstrijd ga je je vriend opbellen en ga je samen met je vrouw op bezoek om gezellig wat te praten en een biertje te drinken. De volgende morgen wacht je werk op je en dan hoef je verder nergens over na te denken want iedereen begrijpt dat werken een belangrijk doel op zich is. Dus van maandag tot vrijdag werk je en voor zondag heb je gepland om naar de bioscoop te gaan en zo dadelijk ga je je avondeten opeten wat zeker het komende uur in beslag zal nemen. Dit zijn allemaal voorbeelden van ‘zwakke doelen’, doch het ontsnappen uit hun gevangenis is extreem moeilijk. De reden waarom ik deze doelen ‘zwak’ noem is omdat zij geen felle en blijvende schicht zijn, maar eerder een omhullende mist die jou in een doodsgreep houdt. Er gaat bij de ‘algemene mens’ geen enkele dag voorbij zonder zwakke doelen; er zit geen moment tijd tussen het ene doel en het andere. En als het dan toch een keer voorkomt dat hij ‘niks te doen heeft’ dan wordt hij verveeld en nerveus en dan wordt de NE die hij ervaart ondraaglijk intensief. Wanneer heb jij voor het laatst stil gezeten en helemaal niks gedaan, of gewandeld, of zonder een bepaald doel op je rug in het gras gelegen en omhoog naar de lucht gekeken, of door een bos gedwaald vrij van gedachten? De eindeloze opstapeling van zwakke doelen verandert je leven in een statische, levenloze brei.

Probeer eens om niks te doen in het bijzijn van anderen. Zij zullen onmiddellijk agressief reageren; ze zullen hun uiterste best gaan doen om ervoor te zorgen dat jij iets gaat doen- ze gaan je belachelijk maken, schuld aanpraten, overtuigen, een negatieve houding (NH) uiten of geweld gebruiken. Niemand mag zomaar niks doen! Iedereen moet rondrennen als een kip zonder kop en iedereen moet problemen hebben; dat is een ongeschreven regel van de maatschappij. Niemand kan gemakkelijk uit deze gevangenis ontsnappen, integendeel, één van jouw hoofdbewakers is namelijk jouw eigen set van concepten en angsten. Het is immers te beangstigend om toe te geven dat jouw doelen zinloos zijn, dat alle richtingen leiden naar een vicieuze cirkel, dat al jouw bezittingen en prestaties geen enkel effect hebben op jouw manier van leven op dit moment; of je nu NE of HW ervaart. In het begin veroorzaakt de oefening om ‘zwakke doelen’ te verwijderen een shock, welke vergelijkbaar is met de shock van een ‘cold turkey’ bij een druggebruiker (wanneer al zijn drugs ontnomen worden); het is een krachtige uitbarsting van NE en een dwingend/ onbeheersbaar verlangen. Echter, na de shock overwonnen te hebben vind er een wonderbaarlijke Heldere Waarneming van totaliteit en volheid plaats. Vreugdevolle wensen, voorpret, en andere HW ontwaken bij de verwijdering van zwakke doelen zodat deze niet meer in conflict raken met deze ‘totaliteit- ervaring’; ze resoneren er juist mee.

Het leven van een persoon wordt geheel gevuld met mechanische activiteiten en wordt daardoor saai en betekenisloos. Het is moeilijk om de vicieuze cirkel te doorbreken, maar het is niet onmogelijk; het enige wat je nodig hebt zijn je vreugdevolle inspanningen. Herinner jezelf wat je het afgelopen uur gedaan hebt; was je niet ergens mee bezig? Waren je gedachten niet van de hak op de tak aan het springen? Hoeveel minuten per dag lijd je niet onder het feit dat je geen bevrijding hebt van concepties, NE en mechanische wensen? Hoeveel minuten per dag word jij overspoeld door een onweerstaanbare hunkering naar HW? Als je alles wat hierboven beschreven staat in acht neemt, heb je dan nog hoop dat je iets gaat bereiken? Praat jij nog steeds alleen maar over gerichtheid, de waarheid en liefde? Overduidelijk dwaasheid - dat is zonneklaar! Zelfs om een vreemde taal te leren is het noodzakelijk om jezelf voor een lange tijd toe te wijden aan de studie. Waarom denken mensen dat om bevrijding te krijgen van Schaduw Waarnemingen en om Heldere Waarnemingen te verkrijgen ze slechts af en toe een praatje met vrienden over het onderwerp hoeven te maken onder het genot van een biertje? Er zal in jouw leven niks veranderen als je je niet met hart en ziel overgeeft aan jouw gerichtheid, jouw praktijk- dag na dag, uur na uur, minuut na minuut- is het echt noodzakelijk om dit uit te leggen? Dag na dag kijk je t.v., heb je seks, schrob je de vloer, kook je eten, droom je over een hoger salaris, een dikke auto en verbluffende merkkleding, stop je jezelf vol met voedsel, train je je spieren en je hersens, ervaar je NE of PE terwijl je hiermee bezig bent; maar heb je een gerichtheid naar HW en bevrijding van Schaduw Waarnemingen tijdens dit alles? Je werkt 8 à 10 uur per dag om je brood te verdienen, maar is het alleen maar brood wat je verdient? Een bankstel, een dvd-speler, een keuken, een aanbouw, een zomerhuisje, een auto, sieraden voor je vrouw, afgunst van je vrienden- is dat niet waar je eigenlijk voor werkt? En na dit alles verkondig je melodramatisch de ongrijpbaarheid van de waarheid.

Als de tijd verstrijkt wisselen mensen hun plannen in voor weer andere plannen, het maakt niet uit of ze gerealiseerd zijn of niet. Dit eindeloze verloop van gebeurtenissen stopt nooit. Niemand houdt op met het koesteren van een vage hoop om later ‘voor jezelf te gaan leven’, maar deze hoop wordt nooit bewaarheid bij zichzelf, geen enkele wens die mechanisch en vreugdeloos is zal ergens naartoe leiden. Ten eerste zijn er geen momenten waarop alle bezigheden afgehandeld zijn. Ten tweede, op hetzelfde moment dat een persoon zich realiseert dat zijn vroegere doelen betekenisloos zijn raakt hij in paniek en begint hij onmiddellijk een krampachtige zoektocht naar een nieuw doel. Ten derde, wanneer mensen, zelfs voor een korte tijd, een kans krijgen om ‘voor zichzelf te leven’, lijkt het alsof ze geen idee hebben wat ‘voor jezelf leven’ inhoudt, dit komt omdat ze geen vreugdevolle wensen hebben. Dus dan verzinnen ze een hobby teneinde zichzelf bezig te houden met iets wat hen tevreden stelt, wat hen een kans biedt om anderen te imponeren, wat onvermijdelijk resulteert in het stellen van meer mechanische doelen en het ervaren van meer NE.

Ik stel een methode voor om deze vicieuze cirkel te doorbreken door het verwijderen van concepten gevolgd door het creëren van vreugdevolle wensen, (deze gaan vergezeld met HW) – aantrekking, voorpret, schoonheidsgevoel, mysterie, verlangen etc. Elk doel wat zonder coördinatie met vreugdevolle wensen, dus zonder resonantie, is gesteld zal iedere keer weer resulteren in NE. Word een jager, speur elke minieme en zelfs de meest vage vreugdevolle wens op, realiseer deze en ze zullen verhevigen, sterker worden en meer intens; dan zullen ze de Schaduw Waarnemingen vervangen en de Heldere Waarnemingen aantrekken. Je kunt bevestigen dat je vrij bent van conceptuele doelen wanneer je voorpret en verrukking om het mysterie van elk moment ervaart.

Ongeacht tijd en plaats bewandelen miljoenen mensen hetzelfde pad: ze worden geboren, verzamelen dingen, bezitten deze dingen en gaan dan dood. Vrije tijd wordt een last omdat het leidt tot confrontatie met het pijnlijke probleem van ‘jezelf bezig te houden met iets’. Dit is waarom iedereen krampachtig pogingen onderneemt om al de tijd zoveel mogelijk vol te plannen. Wanneer iemand geen bezigheden meer heeft, bekruipt hem het gevoel dat het leven aan hem voorbij raast terwijl hijzelf aan de zijlijn staat en wat doet hij dan? Hij springt in het eerste het beste zadel wat aan hem voorbij komt en draaft weer verder. En zo razen zij allen voorbij, en het enige wat overblijft is slechts een stofwolk in de lucht welke na niet al te lange tijd weer zal gaan verdwijnen.